HET VERHAAL ACHTER DE MOLENBOER

Aan de rand van Midwolde aan de Dijkstreek 3 staat op het erf van Molenboer Jitse Dijkstra de Dorpsmolen fier te draaien.

In de eerste vier maanden heeft de molen al 10.000 Kwh aan groene stroom opgewekt. Die opbrengst komt overeen met de verwachte jaarprognose van 30.000 kWh en voorziet 11 gezinnen (molenaars) in Midwolde van energie. Jitse runt samen met zijn vrouw Betsy en zoon Bouke een gecombineerd boerenbedrijf van ruim 100 melkkoeien met 67 hectare land, waarvan 17 hectare natuurgebied is. In de gezellige woonkeuken delen Jitse en Betty hun verhaal achter de Dorpsmolen van de Energie Coöperatie Midwolde, terwijl we bij een laaghangende zon uitkijken op de koeien die deze laatste dagen van november nog buiten grazen.

 

Familiebedrijf

Jitse is geboren en getogen op deze boerderij die dateert van 1866. In de maatschap is zoon Bouke, inmiddels alweer de vijfde generatie in het boerenbedrijf. Als oudste zoon van 3, stapte Jitse op zijn 17e in het bedrijf. Jitse en Betty hebben naast zoon Bauke twee dochters. Janita en Danielle kozen een carrière buiten het bedrijf in de kinderzorg en als bewindvoerder.

 

Bewuste keuze

Ongeveer een jaar geleden kwamen Anne en Arnold langs om te vertellen over de dorpswindmolen. Wij werden gelijk enthousiast over het idee en hebben ons aangemeld voor de eerste informatie-avond. De uiteindelijke keuze om de dorpsmolen hier te plaatsen is een weloverwogen en bewust besluit geweest. Jitse vertelt waarom. Het wordt steeds belangrijker om samen met de buren de leefomgeving bewust in te richten en te onderhouden. ‘Als kleinschalige boeren uit het landschap verdwijnen komt de natuurlijke omgeving onder druk te staan en is ‘landelijk leven’ voor de omwonenden niet meer vanzelfsprekend. De boer en zijn omgeving behouden zo samen een ecosysteem waarin die belangen worden beschermd.

 

Betrokken buren

Om in contact met je leefomgeving te kunnen zijn, moet je als boer veel kunnen laten zien van wat je als bedrijf doet, aldus Jitse. ‘De dorpswindmolen helpt daarbij en daar ben ik erg blij mee. Als een van de molenaren ziet dat de molen stil staat krijg ik een telefoontje. Prachtig vind ik dat die betrokkenheid, het gevoel dat je het samen doet. Samenwerking met de buren is al heel oud. Ik ben een zogenaamde ‘gangbare boer’. Dit begrip heeft tegenwoordig een negatieve lading vanwege de opschaling naar grote bedrijven. In het Nederland van na de oorlog kwam onder het motto ‘nooit meer honger’ grootschalige productie op gang. 60% van de Nederlandse melk is bestemd voor export en wordt tegen wereldmarktprijzen verkocht. De koe wordt als gevolg van ‘output’ en rendementsdenken weggezet als ‘melkproductie-machine’ en de gangbare boer als een ‘berekenende’ boer.

 

Gevoelsboer

‘Voor ons als kleinschalige boer is het tegenovergestelde waar. 80% van mijn tijd besteed ik aan de zorg voor de dieren.’ Jitse staat elke ochtend om half zes op en ’s avonds om half acht zit de laatst ronde langs zijn koeien erop. ‘Als ‘gevoelsboer’ vind ik dat geen probleem. Ik krijg veel energie van het samenspel met de dieren, het land en buiten zijn. Het werk brengt rust in mijn hoofd en tijd om na te denken.’ Jitse verwondert zich na ruim 30 jaar nog iedere dag over de koe. ‘De koe is een uniek dier. Ze kan in een etmaal door middel van een ingewikkeld verteringssysteem met vier magen, van gras dat voor ons mensen ‘oneetbaar’ is, romige, volle en voedzame melk te maken. Ik vind dat nog steeds geweldig.’ glundert Jitse. Natuurlijk is het ook belangrijk om de inkomsten goed in de gaten te houden om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar daar doe ik het uiteindelijk niet alleen voor. Vanuit Christelijk gedachtegoed zijn rentmeesterschap, ‘noaberschap’ en de zorg voor komende generaties belangrijke drijfveren voor Jitse. ‘Ik voel de plicht om het best mogelijke voor de medemens, de dieren en de natuur te doen’

 

Eigenheid behouden

‘Het boerenbestaan is best eenzaam en tegelijkertijd wordt je eigenheid beknot door strenge wet- en regelgeving. Soms werken die regels en wetten tegen elkaar in. Neem het voorbeeld van dierenwelzijn en mestwetgeving. Toen een drachtige koe een gebroken poot had kon ze niet naar buiten, de Ammoniak en CO2-uitstoot steeg en dan kom je in de problemen met de mestboekhouding. Om die reden wil je niet gedwongen worden het dier en haar ongeboren kalf te laten afmaken. Dat voelt niet goed. Het gevaar is ook dat het systeem een soort ‘rekenboeren’ kweekt en dwingt precies tussen de lijntjes te produceren. Het voelt als een gevangenis. Het is dan steeds meer ieder voor zich en het wordt steeds moeilijker om je als gevoelsboer te onderscheiden.’

 

Milieubewust

Jitse onderscheidt zich daarom als aspirant-deelnemer in de Top-Zuivellijn van Friesland-Campina. Een kwaliteitskeurmerk voor duurzame bedrijfsvoering. Gecertificeerde bedrijven kunnen aantonen hoogwaardige kwaliteit te leveren door extra aandacht voor dieren, natuur en klimaat. Zijn bedrijf scoort hoog tot zeer hoog op dierenwelzijn en biodiversiteit. De belangrijkste uitdaging is een zo laag mogelijke CO2- en Ammoniakuitstoot. ‘Geld is voor mij niet allesbepalend. Als het om kwaliteit gaat is Jitse een streber’ zegt Betty. Het milieu en klimaat zijn heel belangrijk voor ons. ‘Weidevogels zijn weg, de winters zijn zacht en we hadden een gortdroge zomer en dat merken wij als boeren het eerst. Je wordt in je bestaanszekerheid aangetast. Maar ook de consument merkt het indirect aan hogere prijzen en als er tekorten in de schappen van de supermarkt ontstaan.’

 

Wat levert de molen in de toekomst op?

‘Ik vind het prachtig dat de dorpsmolen nu in beeld is en dat Iedereen kan zien hoe de molen draait. Ik krijg regelmatig vragen van geïnteresseerde deelnemers. Wat ik ook positief vind is de molenaars-app waarmee je onderling de opbrengst per dag en per maand kunt vergelijken en delen. Wij hebben totaal geen last van de dorpsmolen zegt Betty. Heel soms maakt de molen een zacht zoemend geluid, ‘alsof er een tractor achter op ’t land rijdt’. Dat hoort gewoon bij de omgeving. Mooi bijkomend voordeel is dat we zelf ook deelnemen voor 5600 Kwh. Ik zie uit naar de tweede dorpsmolen die ook hier komt te staan. Wij gaan onze deelname zeker verdubbelen want voor mij als ondernemer geldt een maximum van 10.000 Kwh. Verder heb ik plannen voor uitbreiding op de 66 zonnepanelen die er nu al liggen. De asbest moet van het dak af en dan kunnen er nog 500 panelen bij. Wat ik geweldig vindt is het contact met mijn mede-molenaars, daar leer ik veel van en ik zou nog veel meer informatie uit deze groep willen halen.

Categorieën: Algemeen